Muurvuller en plamuur uit de bouwmarkt: welke vuller past bij welke reparatie?
Voor gaatjes en kleine putjes tot ongeveer 5 millimeter diep gebruik je kant-en-klare muurvuller of plamuur uit een emmer, voor diepere gaten en beschadigde hoeken een poedervuller op gipsbasis die je zelf aanmaakt, en voor buitenmuren, beton en vochtige ruimtes een cementgebonden repareermortel. Een klein emmertje muurvuller kost bij Gamma, Praxis, Karwei of Hornbach grofweg 4 tot 12 euro inclusief 21 procent btw, een zak poedervuller van 5 kilo 8 tot 18 euro en een zak repareermortel van 25 kilo 15 tot 35 euro. De meest gemaakte fout is niet de merkkeuze, maar het gebruiken van een dun afwerkproduct voor een diep gat: dat zakt in, scheurt uit of laat na een maand los.
Muurvuller, plamuur, gipsvuller en repareermortel: het verschil
De vier producten die in elke bouwmarkt naast elkaar staan doen echt iets anders, ook al lijken de verpakkingen op elkaar. Muurvuller en plamuur zijn dunne, fijne pasta's die je in laagjes van 1 tot 5 millimeter aanbrengt en die glad opschuren: perfect als eindlaag, ongeschikt als vulling. Gipsvuller (poeder dat je met water aanmaakt) kun je in een keer 10 tot 30 millimeter dik aanbrengen, droogt hard uit en krimpt weinig, maar is niet bedoeld voor natte ruimtes. Repareermortel is cementgebonden, vochtbestendig en sterk genoeg voor buitenmuren, dorpels en betonschade, maar blijft altijd korreliger dan gips. Acrylkit is de vierde categorie: die blijft flexibel en hoort alleen in aansluitnaden, bijvoorbeeld tussen wand en plafond of langs een deurkozijn, waar altijd beweging zit.
Wat kost welke vuller in de bouwmarkt?
De prijsverschillen tussen de ketens zijn klein; de verschillen tussen producttypes zijn groot. Onderstaande bandbreedtes gelden voor de gangbare verpakkingen bij Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach, allemaal inclusief 21 procent btw, omdat je het materiaal zelf koopt.
| Product | Gangbare verpakking | Prijs incl. btw | Waarvoor |
|---|---|---|---|
| Kant-en-klare muurvuller | 330 gram tot 1,5 kilo | 4 tot 12 euro | Gaatjes en putjes tot 5 mm |
| Fijne plamuur | 500 gram tot 1 kilo | 5 tot 12 euro | Dunne eindlaag, schilderklaar |
| Gips- of poedervuller | 5 kilo zak | 8 tot 18 euro | Gaten van 5 tot 30 mm |
| Repareermortel | 25 kilo zak | 15 tot 35 euro | Buiten, kelder, badkamer, beton |
| Acrylkit | Koker 310 ml | 3 tot 8 euro | Aansluitnaden met beweging |
Verbruik zegt vaak meer dan de prijs: met een emmertje van 500 gram vul je tientallen schroefgaatjes, terwijl je aan een zak gipsvuller van 5 kilo grofweg 2 tot 3 vierkante meter uitvlakwerk van 3 millimeter dik hebt. Koop dus liever een kleine verpakking te veel dan een half opgedroogde emmer van vorig jaar te gebruiken: aangemaakte poedervuller die is uitgehard, en muurvuller met velvorming, hechten allebei slecht.
Welke vuller kies je per klus?
Kies eerst op basis van diepte en locatie, daarna op merk of prijs. Deze indeling dekt bijna alle doe-het-zelfreparaties binnen:
- Schroefgaatjes en pluggaten (tot 5 mm): kant-en-klare muurvuller of fijne plamuur, een laag, na 2 tot 4 uur schuren.
- Diepere gaten en uitgebroken plekken (5 tot 30 mm): poedervuller op gipsbasis in twee lagen, laatste laag afwerken met fijne muurvuller.
- Haarscheuren in stucwerk: scheur eerst openkrabben tot een V-vorm, dan vullen met een licht flexibele reparatievuller.
- Terugkerende scheuren of naden: overzetten met glasvliesband of scheurgaas plus vuller, anders komt de scheur terug.
- Beschadigde buitenhoeken: repareermortel of gipsvuller in combinatie met een hoekprofiel; los vullen zonder profiel houdt geen stand.
- Buitenmuren, kelder en badkamer: altijd cementgebonden repareermortel, nooit gipsvuller.
Wat kost zelf vullen versus een stukadoor?
Zelf vullen is spotgoedkoop in materiaal en duur in tijd; een stukadoor is duurder per uur en veel sneller per vierkante meter. Voor een paar gaatjes en een scheur ben je met 10 tot 30 euro aan vuller, schuurpapier en een plamuurmes inclusief 21 procent btw klaar. Let op dit btw-verschil: materiaal dat je zelf in de bouwmarkt koopt, valt altijd onder 21 procent btw, terwijl arbeid en de door de stukadoor meegenomen materialen in een woning die ouder is dan twee jaar onder het verlaagde tarief van 9 procent vallen. Bij meer dan een paar reparaties per wand loopt het voordeel van zelf doen dus snel terug. Actuele bandbreedtes per vierkante meter vind je op de kostenpagina; wil je weten wat een hele kamer kost, dan reken je dat in twee minuten door met de calculator.
Zo voorkom je een mislukte reparatie
De meeste mislukte vulwerkjes gaan stuk op de voorbereiding, niet op het product. Verwijder eerst alles wat los zit: krab de randen van het gat of de scheur weg tot je op vaste ondergrond zit en zuig het stof eruit. Op zeer zuigende of poederige ondergronden breng je een verdunde voorstrijk aan, anders trekt de vuller zijn water te snel kwijt en verpoedert hij. Vul diepe gaten in twee of drie lagen in plaats van een dikke, en laat elke laag echt drogen (bij gipsvuller vaak 4 tot 24 uur, afhankelijk van dikte en ventilatie). Breng de laatste laag iets bol aan, want vullers zakken bij drogen minimaal in, en schuur pas als het volledig hard is. Rond af met voorstrijk op de gevulde plek, anders zie je na het schilderen dof uitgeslagen vlekken.
Wanneer je beter een stukadoor of stucadoor belt
Bel een vakman zodra het probleem groter is dan de reparatie zelf. Terugkerende diagonale scheuren boven kozijnen, scheuren die in een half jaar breder worden, vochtplekken die telkens door je vulwerk komen of hele wanden die hol klinken zijn geen vullerklus maar een constructie- of ondergrondprobleem. Ook puur cosmetisch is er een grens: meer dan vijf of zes zichtbare reparaties op een wand krijg je met plaatselijk vullen zelden onzichtbaar, omdat de gevulde plekken licht anders reflecteren dan het oude stucwerk. Dan is de wand volledig oversausen of opnieuw laten uitvlakken vaak het goedkopere eindresultaat. Beide spellingen (stukadoor en stucadoor) verwijzen naar dezelfde vakman; op vergelijkingssites en in bouwmarkten kom je ze door elkaar tegen. Alle genoemde prijzen zijn indicaties: pas na foto's of een opname weet je wat jouw wand echt vraagt.
Veelgestelde vragen
Welke muurvuller moet ik bij de Gamma kopen?
Dat hangt volledig af van de diepte van de beschadiging, niet van het merk. Voor schroefgaatjes en putjes tot 5 millimeter pak je een kant-en-klare muurvuller in een emmertje of tube van 4 tot 12 euro inclusief 21 procent btw; die is direct te gebruiken en na 2 tot 4 uur schuurbaar. Voor gaten tussen 5 en 30 millimeter neem je een poedervuller op gipsbasis van 8 tot 18 euro per zak van 5 kilo, die je met water aanmaakt en in twee lagen aanbrengt. Voor badkamer, kelder of buitenmuur is alleen cementgebonden repareermortel geschikt. Het assortiment bij Praxis, Karwei en Hornbach is vergelijkbaar; kijk op de verpakking naar de maximale laagdikte en de vermelding "geschikt voor natte ruimtes", dat zegt meer dan de merknaam.
Wat is het verschil tussen muurvuller en plamuur?
Muurvuller en plamuur worden in de bouwmarkt vaak door elkaar gebruikt, maar in de praktijk is muurvuller iets grover en vult hij tot ongeveer 5 millimeter diep, terwijl plamuur fijner is en vooral bedoeld is als dunne eindlaag om een wand glad te krijgen. Voor een schroefgaatje maakt het weinig uit welke van de twee je pakt. Voor een strak schilderklaar resultaat werk je het beste in twee stappen: eerst vullen met muurvuller of gipsvuller, daarna een dunne laag fijne plamuur over het hele reparatievlak. Ga je dieper dan 5 millimeter, dan zijn beide producten ongeschikt en heb je een poedervuller op gipsbasis nodig, anders zakt de reparatie in of scheurt hij open tijdens het drogen.
Welke muurvuller kan ik gebruiken in de badkamer?
In een badkamer, kelder of andere vochtige ruimte gebruik je geen gipsvuller maar een cementgebonden repareermortel of een vochtbestendig vulmiddel dat expliciet als geschikt voor natte ruimtes wordt verkocht. Gips neemt vocht op, zet uit en verliest daardoor zijn hechting, waardoor de reparatie na een paar maanden weer loskomt. Een zak repareermortel van 25 kilo kost in de bouwmarkt grofweg 15 tot 35 euro inclusief 21 procent btw en is voor een enkele reparatie eigenlijk veel te veel; kleinere zakjes van 1 tot 5 kilo zijn er meestal ook. Zit er achter de beschadiging structureel vocht, bijvoorbeeld door een lekkende kitnaad of optrekkend vocht, dan los je met vullen alleen het uiterlijk op en komt het probleem terug.
Hoe vul ik een scheur in stucwerk zonder dat hij terugkomt?
Krab de scheur eerst open tot een V-vormige groef van enkele millimeters breed, verwijder het stof en breng zo nodig voorstrijk aan. Vul daarna in twee lagen met een reparatievuller en zet de scheur, als hij eerder al is teruggekomen, over met glasvliesband of scheurgaas plus een dunne laag vuller eroverheen. Zonder die wapening loopt een bewegende scheur bijna altijd opnieuw open. Blijft dezelfde scheur terugkomen of wordt hij binnen een half jaar breder, dan is er sprake van beweging in de constructie of van een probleem in de ondergrond en heeft vullen geen zin. Laat dan eerst de oorzaak beoordelen voordat je opnieuw materiaal en tijd investeert in een cosmetische reparatie.
Moet ik voorstrijken voor of na het vullen?
Bij een sterk zuigende of poederige ondergrond doe je het twee keer: eerst een verdunde voorstrijk in en rond de reparatie zodat de vuller zijn water niet te snel kwijtraakt, en na het schuren nog een keer over de gevulde plekken zodat de verf overal gelijkmatig droogt. Sla je die tweede stap over, dan zie je na het schilderen vaak dofglanzende of juist glimmende vlekken op de plaatsen waar je hebt gevuld, omdat de vuller anders zuigt dan het omringende stucwerk. Op een dichte, al eerder geschilderde wand is voorstrijken voor het vullen vaak niet nodig; ontvetten en stofvrij maken volstaat dan. Twijfel je over de zuiging, druppel dan wat water op de wand: trekt het binnen enkele seconden weg, dan voorstrijken.
